INTERN & EXTERN
14 december 2008 t/m 31 januari 2009
Opening zondag 14 december om 16.00 uur.
Kunsthal 52 laat vijf Nederlandse kunstenaars zien die de ruimte als gemeenschappelijk thema hebben en deze op hun eigen wijze benaderen.
Een zoektocht naar de grens tussen mentale en fysieke ruimte.
Een tentoonstelling die de toeschouwer uitdaagt mee te denken en te voelen.
Maurice van Tellingen (1957)
maakt ruimtelijke modellen waarin de gebeurtenis nog moet plaats vinden of net heeft plaatsgevonden. Het zijn momenten die atmosfeer en suspense oproepen zonder zelf deel uit te maken van het verloop van het verhaal. De ruimtelijke werken verleiden de kijker in een altijd durend rustpunt, een interval van het menselijk drama, die de stroom van dagelijkse gebeurtenissen juist articuleert. Een inkadering van de werkelijkheid waarbinnen het gewone een poëtische lading krijgt.

Ronald Versloot (1964)
In de schilderkunst speelt al eeuwen wat de Duitsers het Figur-Grund Problem noemen: hoe verhoudt de geschilderde (menselijke) figuur zich tot de achtergrond en, vooral, hoe bereik je een eenheid tussen die twee. Bij Ronald Versloot krijgt het Figur-Grund Problem een extra dimensie. Versloot schildert eerst een achtergrond: een stadsgezicht of landschap en drukt daar vervolgens met een linosnede een figuur op af. Omdat de lino's de contouren van de figuur weergeven kijk je recht door ze heen op de achtergrond. Door de vermenging van technieken ontstaan nieuwe mogelijkheden die Versloot in een subtiel spel van platheid en diepte, massiviteit en transparantie onderzoekt. Kenmerkend voor Versloot is dat hij de situatie slechts aanduidt, waardoor de spanning in de voorstelling nog sterker wordt.In 1993 ontving Versloot Jeanne Oosting Prijs.

Jurriaan Molenaar (1968)
Is gefascineerd door architecten als Le Corbusier, Mies van der Rohe of Duiker en hun omgang met de relatie tussen binnen en buiten. Het is in hun projecten moeilijk aan te geven waar de grens tussen beide begrippen ligt. De tegenpolen worden eigenlijk met elkaar verbonden. Het maken van een eenheid uit tegenstellingen is voor hem het boeiendste aspect van schilderen. In ieder schilderij komt hij nieuwe situaties tegen om dit doel te bereiken. Zo bleek een zachte lichtval een effectief middel om er voor te zorgen dat een betonnen muur zijn mathematische strakheid en zelfs gewicht leek te verliezen. Kussende tegenpolen, dat vindt hij mooi.In 1998 ontving Jurriaan Molenaar de Koninklijke Subsidie en de Wim Izaakprijs.

Henk van den Bosch (1960)
De schilderijen van Henk van den Bosch zitten vol met dubbelzinnigheden. Wat bij eerste blik een eenduidige binnenruimte lijkt, volgens de wetten van het perspectief opgebouwd, blijkt bij nader inzien te bestaan uit een complexe constructie van verschillende voorstellingen. En wat meer is, wat het kijken compliceert, is dat die voorstellingen met elkaar een dialoog aangaan, waardoor het ene beeld een functie binnen het andere krijgt en betekenissen of betekeniswaarden verschuiven. Het gevoel een vertrouwde wereld binnen te stappen die vervolgens ongekend vreemde dimensies blijkt te hebben.

Ko Aarts (1961)
Het werk van Ko Aarts kenmerkt gebouwen, gevels, mensen, honden etc. De sociale aspecten in zijn schilderijen zijn navoelbaar en essentieel, ze brengen de werken naar een ander esthetisch niveau. Aarts zoekt tegenstrijdige opvattingen en streeft naar balans tussen fantasie en werkelijkheid, strengheid en ironie. De terugkerende elementen in zijn werk, zoals gebouwen en gevels, geven soms het gevoel als zelfstandige individuen te bestaan.In 1992 ontving Aarts Johan and Titia Buning Brongers Prijs



