Zwart-Wit
Tentoonstelling ZWART-WIT in Kunsthal 52
19 september tm 24 oktober 2009.
Armando
(Amsterdam 1929) Armando behoort tot de belangrijkste na-oorlogse Nederlandse kunstenaars. Hij wordt nationaal en internationaal gewaardeerd als beeldend kunstenaar, schrijver, film- en documentairemaker en violist.
Het werk van Armando omvat series monumentale schilderijen, pasteus en doorwerkt in zwart en wit met hier en daar sporen van kleur, subtiele poëtische tekeningen en grafiek.
Steendrukkerij Amsterdam heeft enkele van de getoonde litho’s aan Kunsthal 52 in bruikleen afgestaan, waarnaast werken van Armando worden gepresenteerd uit eigen collectie.

Armando: "Das Tier", litho, 75cm x 107cm, 1991
Pieter Bijwaard
Alkmaar 1955. Het zwartwit werk van Pieter Bijwaard loopt als een rode draad door zijn indrukwekkende oeuvre. Vanaf de vroege jaren zeventig maakt het deel uit van zijn werk en houdt hij zich er intensief mee bezig.
De nuances die te ontdekken zijn in deze ogenschijnlijke beperking, zijn voor hem een rijkdom.
Hij laat zich leiden door diverse materialen en onderzoekt de atmosferen die daarmee te ontdekken zijn. Als drager voor dit onderzoek gebruikt hij verschillende papiersoorten die invloed hebben op zijn werkwijze. De werken op papier hebben sinds 1975 veelal het formaat 32,5 x 25 cm. De tekeningen die voor deze tentoonstelling zijn geselecteerd, betreft een keuze uit drie series. Deze series zijn ontstaan in de jaren 1981, 1997 en 2000.
In elke serie is te zien hoe hij het zwartwit gebruikt. Op het eerste gezicht lijken deze series sterk van elkaar te verschillen. De overeenkomst zit hem dan ook niet zozeer in de vorm, maar in de intensiteit die de werken uitstralen. De materialen die hij voor deze drie series gebruikte zijn: gouache, peninkt, grafiet en type-inkt.
www.pieterbijwaard.nl

Pieter Bijwaard: "No 3", gouache en peninkt op papier, 32,5 x 25cm

Bill Kunst
(1947) heeft als uitgangspunt voor zijn werk de beeldende aspecten zelf. Vorm, kleur, ruimte, textuur en materiaal leiden tot verschillende periodes als ‘verdeeld linnen’, ‘gespannen linnen’, ‘hangend linnen’, ‘de vorm herhaald’, ‘de kracht van kleur’, ‘het spieraam verplaatst’ en ‘de ruimte erbij’.
Het materiaal van de schilder zoals hout, linnen, verf en papier speelt een grote rol.
Het spieraam achter het doek wordt een periode fysiek verplaatst, maar komt later terug bij de schilderijen, waar het om het opbrengen van de verf gaat. Door verf te laten druipen onder verschillende hoeken, ontstaat een intensief kleurvlak, waarbij het spieraam erachter door als start van het druipen te dienen, wordt geaccentueerd. In de volgende serie schilderijen is het schilderen in lagen belangrijk. Deze lagen over elkaar versterken de kleur en laten op andere plaatsen de kleur onder de lagen soms raden.
In zijn werk is de tweedeling altijd aanwezig. Het schilderij bestaat uit minimaal twee, of uit meerdere vlakken, die naast en/of boven elkaar samen het geheel vormen.
De delen vormen geen beeld op zich, slechts in samenhang ontstaat het schilderij of de tekening.
Het schilderen wordt regelmatig afgewisseld met het maken van objecten en tekeningen.
Bij de serie tekeningen staat de textuur, de oppervlakte behandeling centraal.
De tekening bestaat uit lagen, die over elkaar heen worden aangebracht. Laag over laag over laag. Tekenen, nog eens tekenen en weer tekenen leidt ertoe, dat de drager hier en daar kapot gaat, er zelfs gaten in het papier kunnen ontstaan. De ruimte achter de tekening wordt zichtbaar en het kwetsbare van de tekening wordt daarmee benadrukt.
Niet alleen het beeldende resultaat is de tekening, maar ook de drager en wat daarmee gebeurt.
Tentoonstellingen waren er o.a. in Bergen, Alkmaar, Groningen, Breda, Cadier en Keer, Ooijen, Beverwijk, Lelystad, Hoorn en Den Helder.
www.billkunst.nl

Bill Kunst: pastel op papier, "Ooghoogte", 70 x 200cm, 2006
Carlijn Mens
1972 Amsterdam. Carlijn Mens is gefascineerd door het donker en het licht. Zij maakt animatiefilms, installaties, kunstenaarsboeken, digitale beelden, foto’s, kortom ze gebruikt díe middelen die haar werken nodig hebben. Maar de basis van haar werk blijven steeds haar houtskooltekeningen.
In haar houtskooltekeningen onderzoekt Carlijn de waarneming. Hoe neem je de driedimensionale wereld waar vanuit het donker en licht. Hoe verhouden licht en donker zich tot elkaar in het beeld. Carlijn Mens probeert het licht in haar werk te vangen. Zij geeft de illusie van licht weer: ze suggereert de reflectie van licht door op die plekken de bovenste laag van haar houtskool weg te gommen.
Wit en zwart kunnen niet los van elkaar gezien worden. Licht staat altijd in relatie tot donker. Zwart is absoluut. Het is de tegenpool van wit. Je kunt het accepteren als een rustpunt, begin of einde, waarover weinig meer valt te zeggen.
Mens vindt het fascinerend dat licht en donker zich altijd onvoorspelbaar aan je laten zien. Je wordt automatisch aangetrokken door dit contrast, omdat het een onderdeel is van de manier waarop je waarneemt. Maar de manier waarop je waarneemt in combinatie met je kennis en ervaringen, levert voor iedereen een verschillend beeld op. Tegelijkertijd zijn zwart en wit de twee uitersten van onze visuele waarneming, waartussen niet alleen ligt wat we zien maar waartussen ook de mogelijkheid zich afspeelt om te denken wat we zien.
Mens tekent zonder dat ze weet wat het uiteindelijke beeld haar gaat brengen. Het is een opname van wat ze ziet. Niet zoals een foto van een moment maar meerdere momenten in één beeld. In deze werken laat zij dingen samen komen: beeldende herinneringen, de dieperliggende spanning die in het beeld dat gaat ontstaan vervat ligt. Mens houdt ervan eindeloos te kunnen tekenen zonder bezig te zijn met een vooropgesteld beeld. In het samenkomen van de fysieke inspanning en het gevoelige van het tekenen ligt het moment van het begrijpen van wat zij ziet.
Wat er dan ontstaat is een tekening die zowel bestaat uit het moment van het vastleggen als uit het werkelijk verschuivende licht. Soms laat ze de werken hangen op de plaatst waar zij er het licht in gevangen heeft, soms hangt ze ze op een andere plaats. Met heel eenvoudige middelen slaagt Carlijn Mens er in om monumentaal werk te maken.
www.carlijnmens.nl

Carlijn mens: houtskool op papier: "Spotlight-Regenerated", 1.96 x 8m, 2009
Dan Flavin
(1933 – 1996) Sinds 1963 werkte hij uitsluitend met tl-buizen als zijn artistieke materiaal. Flavin bracht arrangementen van deze lichtbuizen als schilderijen aan op de wand. In zijn eigen woorden waren het 'pseudo-monumenten' - een verwijzing naar het architectonische karakter van de composities - gemaakt met behulp van een 'moderne technologische fetisj'.
Flavin werd op 1 april 1933 geboren in de stad Jamaica, New York. In 1953 begon hij met een studie aan de US Air Force Meteorological Technicians Training School in Rantoul, waarna hij enige jaren in Zuid-Korea werkte bij de meteorologische dienst van de Amerikaanse luchtmacht. Terug in New York schreef hij zich in bij de New School for Social Research en volgde hij lessen kunsthistorie aan Columbia University (1957-59). Als kunstenaar was Flavin een autodidact. Al bij zijn eerste tentoonstelling - in de Judson Gallery in 1961 - werkte hij met lamplicht, toen nog gloeilampen gemonteerd op houten kistjes. Twee jaar later introduceerde hij de 'alledaagse' tl-buis in zijn werk.
Flavin droeg zijn kunstwerken vaak op aan beroemde voorgangers, zoals Constantin Brancusi, Piet Mondriaan, Barnett Newman en Vladimir Tatlin. Uit de laatste serie bezit het Stedelijk Museum in Amsterdam een werk: 'Monument for V. Tatlin'. Alle composities in de reeks zijn opgebouwd uit een identieke set van zeven witte tl's van vier verschillende maten. In 1986 maakte Flavin voor de bovenhal van het Stedelijk Museum een installatie met gekleurde cirkel-vormige tl-buizen, die architectonische elementen in de hal accentueren.
Als minimalist arrangeerde Flavin de tl-buizen in strakke geometrische schema's. Anders dan een schilderij, beheersen en beïnvloeden Flavins lichtreliëfs de ruimte waarin ze hangen. Flavin zei hier zelf ooit over: 'De kamer als een ruimte kan doorbroken en bespeeld worden, door de glans van echt licht (elektrisch licht) op cruciale kruispunten in de compositie van de kamer aan te brengen'.
© Trouw 2009,
Steendrukkerij Amsterdam heeft het drieluik z.t. van Dan Flavin in bruikleen afgestaan voor de tentoonstelling ZWART-WIT in Kunsthal 52. Steendrukkerij Amsterdam vervaardigde deze prenten in 1986 bij de tenstoonstelling “Lichtinstallaties” in het Stedelijk Museum van Amsterdam.

Dan Flavin: Litho, drieluik, Stedelijk Museumprent, z.t., 54 x 76cm, 1987
Emo Verkerk
“Studie voor Louis Andriessen”, potlood op papier
“Prijslijst” hardboard, stickers, viltstift
“Ekster”, brons, koper, aluminium, RVS, politoer, olieverf

Emo Verkerk: "Studie voor Louis Andriessen", potlood op papier, 50 x 66, 2009
Fons Haagmans
(Schinnen, 1948) (...) In 1985 ontbrak het Haagmans tijdens een verblijf in Milaan aan de mogelijkheid om te schilderen. Hij maakte toen een aantal knipsels, die door de techniek van uit gekleurd papier geknipte vormen doen denken aan de “paper cuttings”uit de latere jaren van Henri Matisse.
Uit de knipsels is het werken met sjablonen ontstaan, dat vanaf 1986 het werk van de kunstenaar ingrijpend veranderde en tot nu sterk heeft bepaald.
De kunstenaar kiest voor het gebruik van sjablonen omdat dit zorgt voor een zekere afstand, omdat zij eerst uit papier of ander materiaal geknipt of gesneden moeten worden, voordat hij ze op de drager aan kan brengen. Hij zegt daar over: “om de grootst mogelijke controle op je beeld te krijgen en om te zorgen dat het steeds lukt, werk ik meestal met sjablonen. Het gaat om controle en herhaling. En zo sluit je de willekeurige toets ook uit”.(...)
Fragment uit “L’Étoile Magique”; Fons Haagmans / Steendrukkerij Amsterdam, 2007

Fons Haagmans: "Eikenbladeren", litho, 63 x 84.5 , 1998
Henk Nijhuis
Groningen 1968. Student laatste jaar aan de Minerva Academie in Groningen onder leiding van o.a. Tjibbe Hooghiemstra.
Het werk van Henk Nijhuis bestaat hoofdzakelijk uit schilderijen en collageachtige tekeningen. hij combineert verschillende technieken met elkaar zoals Oost-Indisch inkt, acryl en conté. In zijn werk speelt het reduceren van het landschap een belangrijke rol. Daar ligt ook zijn fascinatie; waar ligt de grens van het reduceren als het beeld zichtbaar moet blijven.
Landschappen ervaart Henk Nijhuis als het leven; steeds in ontwikkeling, de strijd met de beperkingen en niet alles willen blootgeven. Het zijn geen letterlijke landschappen die hij in zijn werk verbeeldt. Het is een versmelting van eerder waargenomen landschappen met zijn innerlijke landschap van verschillende stemmingen.

Henk Nijhuis: gemengde techniek, 2009
Klaas Gubbels
1934 Rotterdam. Klaas Gubbels is zonder enige twijfel één van de belangrijkste levende Nederlandse beeldend kunstenaars. De door hem geschapen beelden zijn reeds generaties lang voor velen iconen geworden: serieuze, maar lichtvoetige voorstellingen die hoewel herkenbaar, steeds de randen van het realisme aftasten. Met een bewonderenswaardige standvastigheid heeft Gubbels sinds de jaren vijftig een indrukwekkend oeuvre opgebouwd waarin koffiekannen, tafels, flessen, schaakborden en een enkele maal een vrouwenfiguur of stoel figureren. Juist in deze tijd waarin velen – waaronder ook kunstenaars – zich nogal eens laten leiden door de waan van de dag is de artistieke houding van Gubbels een verademing: in de rust van één van zijn beide ateliers, in Arnhem of Frankrijk, gaat hij stelselmatig door met zijn zoektocht naar nieuwe uitingen binnen zijn persoonlijke thematiek.
Het Reuzen-kanon van Gleich, 2009
“Hier een boekje: 70 jaar circus in Nederland, ook met van die prachtige gewone foto’s. Eén met name raakte me meteen, een klein fotootje van een kanon voor een circustent, het Reuzenkanon van Gleich uit 1931. Uit dat kanon werd de menselijke kogel afgevuurd. Maar van die afbeelding zou ik nooit een schilderij maken, als schilderij vind ik het dan weer te kunstzinnig. Nee, een hele grote houtdruk, dat ga ik doen. Zo groot mogelik. Zo wil ik het presenteren.”
Tekst uit een publicatie ter gelegenheid van de tentoonstelling “Het kanon van Gleich” bij Steendrukkerij Amsterdam, voorjaar 2009
Deze uitlating resulteerde in een houtdruk van 1.25m x 2.50m ! (oplage 9 stuks), te zien bij Kunsthal 52 tijdens de expositie ZWART-WIT ; september- oktober 2009

Klaas Gubbels: "Het Reuzen-kanon van Gleich", 125 x 250cm, houtdruk, 2009
Ontwerpduo, Tineke Beunders en Nathan Wierink
Het ontwerperduo uit Valkenswaard begon al tijdens de studie aan de Design Academie in Eindhoven een eigen ontwerpbureau. In het tweede jaar werden de eerste ontwerpen van het duo in productie genomen door Agu en Invotis. Beiden studeerden in 2008 cum laude af, en nog voor zij het diploma op zak hadden, nam Pode (nieuw merk van Leolux) drie ontwerpen in productie. Sindsdien ontwierpen zij modemeubels voor Van Gils, een paardrijzadel voor Nike, fietstassen voor Agu, maar ook hun eigen collectie meubels en producten.
Ambitie: “Een eigen studio runnen vergt veel van jezelf. Het is geen baan maar een leefwijze, en die bevalt goed. In de toekomst willen we vooral doorgaan, meer ontwerpen, begeleiding bieden, misschien lesgeven en ook iets meer vrije tijd”.
Voorbeeld: “Voorbeelden zijn Nederlandse ontwerpers en kunstenaars die dicht bij zichzelf blijven en daarmee wereldwijd succes hebben, zoals Hella Jongerius en Piet Hein Eek.
Het Ontwerpduo exposeerde tijdens “HELDER DESIGN 2009” in Kunsthal 52 en Kunstuitleen Den Helder de fraaie kaptafel “When I was Little” en de ouderwetse dekentasjes “Something old, something new”.
Tijdens de tentoonstelling ZWART-WIT in Kunsthal 52 presenteert het Ontwerpduo hun “Tallow”; de verrassende kaars en kaarsenstandaard in één in zwart en wit.
Zelf zeggen Tineke en Nathan over hun “Tallow” :
“Some products always need each other. They belong together like a hammer and a nail, bed and blanket and cup and saucer. By melting them together
in one material, their relationship is clear. All tallow” (vert: kaarsvet)
www.ontwerpduo.nl

Ontwerpduo: 24 x 11 x 11 , 2005
Peter Bes, Irene Grijzenhout Van alle mogelijke contrasten in het hele kleurengamma is dat tussen het zuiverste wit en het meest hermetische zwart ogenschijnlijk het grootst. Maar wie goed om zich heen kijkt, zal merken hoe relatief dat is. Zo kunnen bijvoorbeeld- afhankelijk van ruimte, lichtval, onderlinge afstand, vorm en schaduwwerking- de tinten roomwit en grijszwart ten opzichte van elkaar een misschien nog contrasterender effect hebben.
Bij de keramische objecten van Irene Grijzenhout (Amsterdam, 1945) spelen bovendien de structuur van het oppervlak en het gebruikte glazuur een voorname rol. Dat laten niet alleen haar prachtig gestileerde fantasievogels duidelijk zien, maar vooral ook de beide op de plantenwereld geënte exemplaren, waarbij het tegengestelde extra wordt geaccentueerd door het aangebrachte bladmotief.
De houtskooltekeningen van Peter Bes (Den Helder, 1945) zijn buitengewoon rijk aan nuances, zelfs binnen een enkele licht- of schaduwpartij. Door de soort houtskool (lekker vettig of juist wat korreliger) en de met de tekenhand uitgeoefende druk is er sprake van bijzonder geraffineerde, fijnzinnige overgangstinten, die binnen de vrij vors opgezette voorstellingen bijdragen aan de vervreemdende, verontrustende sfeer.
Tekst Hans Tentije, 2009

Peter Bes: "Voorbijganger", houtskool, 100 x 150cm
Irene Grijzenhout: Witte en zwarte vogel, keramiek, 25 x 15 x 45cm
Peter Glandorff (Landsmeer 1943) De laatste jaren werkt Peter Glandorff alleen nog met dun plaatijzer. Hij vertelt dat hij eigenlijk een “houtman” is maar dat dit hem zo gemakkelijk afgaat dat hij daarom juist voor ijzer kiest als medium voor zijn wandplastieken. IJzer is uitdagender, moeilijker te bewerken en daarom voor hem het juiste materiaal.
Het gaat bij Glandorff op de allereerste plaats om de vorm. Toch is de kleur van het ijzer, niet roestig maar blauw-grijs, met de lasnaden en plekken nog goed zichtbaar, een belangrijk aspect in zijn plastieken. In vergelijking met zijn vroegere werk is duidelijk te zien dat het tegenwoordig minder verhalend is. Het gaat om een “puur beeld”. Als je hem vraagt welke kunstenaars hij bewondert, noemt hij na enige aarzeling de naam van Arp en (de knipsels van) Matisse . Hij heeft geen echte voorbeelden.
Een ander belangrijk aspect bij het werk van Glandorff is “licht”. Als licht vrij spel heeft over de wandplastieken brengen de dan ontstane schaduwen de objecten tot leven; de wandplastieken krijgen een extra dimensie.
Werken van Peter Glandorff zijn in bruikleen afgestaan door Galerie Jos Art te Amsterdam.

Peter Glandorff: "één hart, één adem", plaatijzer, 70 x 80cm
Riek Bruggink-te Voortwis, “Weefwerk” Weven is de techniek die Riek Bruggink-te Voortwis hanteert om haar ideeën vorm te geven. Ze vindt het een uitdaging om binnen de grenzen en de beperkingen van deze techniek te werken en toch steeds nieuwe mogelijkheden te ontdekken.
Ze heeft zich, zolang ze zich herinnert, beziggehouden met textiele werkvormen. Ze heeft enkele onderwijsaktes op dit terrein, maar houdt zich tegenwoordig vooral bezig met getouwweven. Ongeveer 30 jaar geleden volgde ze een basiscursus van een jaar en daarna enkele korte cursussen.
Door te experimenteren en veel proefweefsels te maken, werkt ze aan haar persoonlijke ontwikkeling op weefgebied.
De weefsels zijn geweven op een weefgetouw. De schering (de draden die zijn opgezet alvorens te weven) bestaat meestal uit garens, soms uit koperdraad.
De inslag kan bestaan uit allerlei materialen: garens, papierstroken, in stroken geknipte foto’s, koperdraad, spiegelglas, natuurproducten, gipsverband, enz.
Naast het weven van wandweefsels en objecten vindt ze veel voldoening in het weven van sjaals en kledingstoffen naar eigen ontwerp. De kledingstoffen verwerkt ze voor het merendeel zelf tot kleding. Ook verwerkt ze geweven stoffen in tassen.
De afgelopen jaren heeft ze ruim 25 persoonlijke tentoonstellingen kunnen inrichten.
Daarnaast exposeerde ze samen met anderen op landelijke en regionale textiel-tentoonstellingen.
www.wevenriekbruggink.nl

Riek Bruggink: Wit objectje, 22cm hoog, dubbelweefsel met gips
Rob van Koningsbruggen, Rob van Koningsbruggen is een van de meest uitgesproken Nederlandse kunstenaars van de laatste decennia. Zijn kunst wordt gekenmerkt door een dwarsheid, die als permanente onderstroom in zijn werk aanwezig is. Het is dan ook onmogelijk Van Koningsbruggen in te delen binnen de vertrouwde kaders van een formele, abstracte kunst of het Nieuwe Schilderen. De enige constante in meer dan dertig jaar bleef voor Van Koningsbruggen , ondanks de sterke stroom van de nieuwe media in de afgelopen jare, een onwrikbaar geloof in de vitaliteit van de schilderkunst.
Reeds zijn vroege werk getuigt van een bizarre humor maar ook van een grote, provocatieve ernst.
Bij de pentekeningen gepresenteerd tijdens expositie ZWART-WIT in Kunsthal 52, sept. okt. 2009:
(...) Tien jaar lang, van 1969 tot 1979, heeft hij zich in woord en daad onderworpen aan het geloof dat alleen het idee, dat aan een kunstwerk ten grondslag ligt, er iets toe doet. Niet het resultaat. Maar als je ziet wat hij in die tien jaar maakte, dan vraag je je af of hij daar ooit echt van overtuigd is geweest. Steeds ging het resultaat met het idee aan de haal. Wanneer hij een vel papier achter elkaar voltekende met violen, werd de ene viool dik, de volgende dun, en weer een volgende scheef. En ook de honderd strafregels Berend Botje (de weg is recht – de weg is krom) was “recht” nooit precies recht en “krom” steeds anders krom.(...)
Fragment uit:
Els Hoek “Van Koningsbruggen mengt zich in de strijd van de kleur”, de Volkskrant, 19 april 1987

Rob van Koningsbruggen: Z.t., o.i.inkt op papier, 50 x 65cm, 1970
Marja Vleugel, 1959
Marja Vleugel volgde haar studie aan de HKU, richting autonome grafische technieken en studeerde in 1993 af. Sinds de academie is ze beheerder van het Grafisch Atelier in Alkmaar en werkt ze eveneens als vrij kunstenaar.
Marja Vleugel werkt in verschillende grafische technieken, lithografie, etsen en linoleumsnedes. De keuze voor een techniek is zowel bepalend voor het formaat als het onderwerp. De lithosteen is groot en uitnodigend, de kleine etsplaten kiest zij voor meer intieme afbeeldingen. Bij de linoleumsnedes werkt zij bij voorkeur in zwart/wit en niet met grijstonen, waarbij zij zich laat dwingen een duidelijke keuze te maken door simpelweg te gutsen of te laten staan. Sommige thema's als een verlaten landschap, het spel van lijnen, beweging en licht in architectuur of restanten daarvan komen door de jaren heen in haar werk terug. Altijd gaat het haar meer om de sfeer van het thema dan om het thema op zich.
mvleugel.exto.nl

Marja Vleugel: "Berlijn", gemengde techniek, 70 x 100cm, 2005


